Home Organisatie Monumenten Activiteiten Terugblik Weblinks Contact Zoeken
 



J. Hendrik Nicolaas Werkman en The Next Call
Kort na de Eerste Wereldoorlog waren er overal in Europa kunstenaarsgroepen bezig met vernieuwing. Men wilde af van de burgerlijkheid, die volgens hen geleid had tot de verschrikkingen van de oorlog. Men had niet alleen aandacht voor vernieuwing in de kunst. Het ging om een nieuwe maatschappij. Ze maakten hun opvattingen kenbaar in tijdschriften waarbij beeldend kunstenaars, architecten, dichters en schrijvers van vele verschillende nationaliteiten samen werkten. In Nederland had je bijvoorbeeld het tijdschrift De Stijl met Theo van Doesburg als grote inspirator.

De schildersgroep De Ploeg, die 100 jaar geleden in Groningen werd opgericht was wel uit op vernieuwing in de kunst, maar had minder een maatschappelijke doelstelling. Toch waren er ook verschillende Ploegleden, die contacten hadden in het buitenland.

Eén van de bekendste leden van De Ploeg was Hendrik Nicolaas Werkman, die zo tragisch aan zijn einde kwam, doodgeschoten door de Duitsers kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.
Werkman was al vroeg lid van De Ploeg, niet zozeer als kunstenaar maar als drukker. Hij maakte wel enkele schilderijen, maar hij drukte vooral werk van andere Ploegleden en maakte affiches en catalogi voor de tentoonstellingen van de Ploeg. Verder had hij gewoon een drukkerij.
In 1922 maakte Werkman een moeilijke periode door. Hij scheidde van z’n tweede vrouw en z’n drukkerij ging min of meer failliet. Hij moest verhuizen en hij huurde een ruimte in een pakhuis aan de Lage der Aa. Daar begon hij opnieuw op kleine schaal een drukkerij.

In die tijd begon hij te experimenten met druktechnieken en met wat hij zelf “z’n druksels” noemde. Hij gebruikte voorwerpen uit z’n omgeving als stukken hout of letters uit de letterbakken, die hij direct op het papier plaatste. Hij heeft ongetwijfeld verschillende van de avant-gardistsche tijdschriften gezien en kennis gemaakt met het werk van Oost-Europese constructivisten als El Lissitzky en Moholy-Nagy. Zowel de stijl als het gebruik van letters en teksten sprak hem aan.In september 1923 maakt hij een pamflet “Het rose pamflet” met de titel Groningen, Berlijn, Moskou, Parijs, dat hij bij zijn mede Ploegleden in de bus stopt. Het is de aankondiging dat hij met iets volledig nieuws gaat komen. In zekere zin het begin van Werkman als kunstenaar. Kort daarna verschijnt het eerste nummer van The Next Call.
In de periode tussen 1923 en 1926 bracht hij totaal negen geschriften uit onder de titel The Next Call. Het was zijn manier om zich als kunstenaar te manifesteren.

Ofschoon het duidelijk is dat Werkman geïnspireerd werd door de Europese avant-garde hebben zijn druksels een geheel eigen stijl. Door zijn druktechniek waarbij ieder cahier apart gedrukt moest worden en de voorwerpen tijdens het drukproces op het papier geplaatst werden, was ieder product min of meer uniek. Bovendien bleef het creatieve proces tijdens het drukken aanwezig. Op impuls kon hij plotseling een stukje hout ergens anders neer zetten. Omdat elk exemplaar apart gedrukt moest worden, was de oplage beperkt, maar zo’n 30 exemplaren per nummer van The Next Call.

Of Werkman bij de start van The Next Call van plan was iets te maken dat een grotere verspreiding zou krijgen dan zijn vrienden bij De Ploeg is niet geheel duidelijk, maar de kop Groningen, Berlijn, Moskou, Parijs en de titel in het Engels wijzen daar wel op.
Vanaf nummer 4 van The Next Call stuurt Werkman het blad naar de redacties van een aantal avant-gardistische tijdschriften in binnen- en buitenland. Daarop krijgt hij verschillende reacties, maar veel meer dan een plichtmatig antwoord is het meestal niet. Echte erkenning blijft achterwege.

The Next Call is niet als andere avant-gardistische tijdschriften. Er is geen breed maatschappelijk doel. Bijdragen van andere kunstenaars of schrijvers ontbreken veelal. Het blijft een kunstuiting van Werkman zelf. Alleen in nummer 7 van februari 1925 zijn er bijdragen van zijn mede Ploegleden Wobbe Alkema en Jan van der Zee.

Als in februari 1926 nummer 8 van The Next Call verschijnt is Werkman duidelijk teleurgesteld dat erkenning uitblijft. In Groningen verschijnt zelfs een zeer geringschattende recensie in de krant. In The Next Call maakt hij de balans op in een credit en een debet. En uiteindelijk verschijnt in november 1926 het laatste nummer van The Next Call.

Erkenning van Werkman als kunstenaar komt pas echt na zijn tragische dood in april 1945.

Bronnen:
Vries, Anneke de e.a., Werkman, Leven & Werk, WBooks, 2015
Jordens, Peter, Hendrik Werkman en de Ploeg, WBooks, 2017