Home Organisatie Monumenten Activiteiten Terugblik Weblinks Contact Zoeken
 



5. Buitenlui
Wie waren die boeren, burgers en buitenlui en wat was het onderscheid tussen de verschillende groepen?
De burgers waren oorspronkelijk de bewoners van de ommuurde stad. Zij konden aanspraak maken op bescherming. Zij hadden, als burgers, rechten, maar aan het burgerschap waren ook burgerplichten verbonden.
De boeren woonden buiten de stad in het ommeland. Ze bewerkten het land of hielden vee. Wel waren zij nauw verbonden met de stad, waar zij op de markt hun waren verkochten.
Maar wie waren precies de buitenlui? Dat verschilde per regio omdat wetten en regels in die tijd per regio werden vastgesteld. Buitenlui konden reizigers zijn, seizoenarbeiders, handelaren of eenvoudig iedereen van buiten de stad, niet boer zijnde. Ze woonden buiten de stad, hun woningen waren onbeschermd en ze waren niet gebonden aan de regels van het stadbestuur. Maar binnen de stad waren zij aan strenge regels gebonden. Zo mochten marskramers dikwijls slechts op bepaalde plekken hun koopwaar aanbieden. Ook was het niet toegestaan in alles te handelen om concurrentie met de stadsbewoners te voorkomen.
In de 19e eeuw, toen wetten en regels niet langer op regionaal niveau werden opgesteld, verdween dit historische en juridische onderscheid tussen boeren, burgers en buitenlui.

De uitdrukking boeren, burgers en buitenlui krijgt een jolige, dikwijls wat oubollige klank. Het wordt veelal gebruikt omdat de alliteratie van de woorden zo lekker klinkt. Standhouders op de markt gebruiken het om hun waar aan te prijzen. Of men gebruikt het op kermissen om het publiek te lokken. Dorpsfeesten of boeldagen worden nog wel op deze manier aangekondigd.
In een enkel dorp blijft de dorpsomroeper nog een tijd lang bestaan. Zo kende Noordhorn nog on de vorige eeuw Piet van der Noord, koster en dorpsomroeper die woonde aan de Torenstraat.

Maar de betekenis van de verschillende onderdelen van boeren, burgers en buitenlui is intussen sterk veranderd. Dat geldt nog het minst voor de boeren, ook al veranderde hun positie doordat zij niet langer automatisch aan de dichtst bij zijnde stad leveren. Het burgerschap heeft een volledig nieuwe betekenis. Het heeft niets meer met een stad te maken. Iedere ingezetene van het land is nu een “burger”.
Maar hoe zit het met de buitenlui? Zijn het alle mensen die op het platteland wonen, inclusief de boeren? Of gewoon mensen van buiten? Er is geen eenduidige definitie meer te geven.

Laten we het erop houden dat boeren, burgers en buitenlui betekent wat de dorpsomroeper ermee bedoelde: ‘Iedereen’.