F. Middag Humsterland

Al voor de jaartelling begon men hier met het opwerpen van wierden. Ligt er nu een dorp op, dan zie je al van ver de kerktoren er boven uit steken. Veel van deze kerken stammen uit de middeleeuwen, gebouwd kort nadat Liudger rond 800 naar Groningen was gestuurd om hier de bevolking te kerstenen. Oorspronkelijk waren het waarschijnlijk houten met riet bedekte gebouwtjes. Maar later werden ze van rode baksteen opgetrokken nadat men rond 1200 ontdekte hoe men van de zeeklei stenen kon bakken. Waarschijnlijk hebben de monniken van Aduard deze kunst geďntroduceerd. De grote stenen heten nu dan ook kloostermoppen. Veel van deze kerken zijn op Open Monumentendag te bezoeken (zie elders op de website)

Later bouwden ook de “steen”rijke bewoners van Middag-Humsterland stenen huizen, die langzaam uitgroeiden tot de Groninger borgen. Eeuwenlang heersten de bewoners van deze borgen, de Groninger jonkers, over het platteland en waren er redger (zowel rechter als notaris) en kerkbestuurder. In Middag-Humsterland stonden zo’n 12 borgen. Met het einde van de Bataafse republiek verloor de adel zijn bevoorrechte positie. Vanaf die tijd zijn veel borgen verloren gegaan. Slechts op twee plaatsen in het Middag-Humsterland vind je nu nog een borg. In de Piloersemaborg is een Bed & Breakfast en een restaurant gevestigd. Op Open Monumentendag is er in de schuur een tentoonstelling te bezoeken (zie blz ??). De borg is dan helaas voor het publiek gesloten.

Rond het jaar 1000 na Christus was, na een inbraak van de zee, Humsterland een eiland en Middag zat nog net vast aan het vaste land. De twee werden gescheiden door een brede zeearm, het latere Reitdiep. Bij stormvloed werd het land regelmatig overstroomd. Rond 1200 werden de eerste dijken aangelegd om de bewoners tegen de zee te beschermen. De monniken van het Aduarder klooster speelden ook daar een belangrijke rol bij. Deze dijken zijn nog overal in het land terug te vinden.
De dijk langs het Reitdiep deed nog dienst totdat, door de aanleg van het Lauwersmeer, eb en vloed in de rivier verdwenen. Daar waar de weg door een dijkgat gaat, staat nog steeds een zwart geteerd balkenloodsje op de dijk om bij stormvloed het dijkgat te kunnen afsluiten.

Fiets je door het landschap, dan zal dat mogelijk over weggetjes boven op oude dijken gaan. De namen zijn er ook wel naar: Oldijk of Oude dijk of Hogeweg. Soms volgt de weg een zandige oeverwal langs een vroegere rivier. Wanneer het gebied werd overstroomd werd het zand het dichtst bij de rivier afgezet en vormde zo een hoger gebied. De kleideeltjes zakten pas naar de bodem als het water bijna tot stilstand was gekomen ver van de rivier vandaan. Op de zware kleigrond die zo ontstond vindt vooral veeteelt plaats. De zandiger gronden bieden ook goede mogelijkheden voor akkerbouw.
Zo nu en dan passeer je oude rivierarmen zoals het Niehoofsterdiep of het Oude Riet. Langs de randen groeien zwanenbloem en wilgenroosjes. Een reiger staart gespannen in het water op zoek naar een prooi. Op paaltjes of hekken zitten roofvogels zoals buizerds of valken. En soms zie je toch ook nog een grutto.

Doordat dit prachtige landschap aangewezen is als Nationaal Landschap zal het ook voor de toekomst behouden blijven.

Bron: Middag-Humsterland, Kroniek van een noordelijk landschap, Godert Walter 2010